Stepping legs

The big square was from her point of view good overvieuwable. During the day her smile went over de the many passersby.

Daily she saw a stream of thousands passing people. At this time of the year nearly all of them tourists. Some of them wandering, others with the tired gaze of hours hobbling in the heat, gathering a collection of vacation pictures. Images to show on family and friend dinners at home, Images that had to proof what kind of fantastic decision it was to book a vacation to this mediterreanan city. Conveniently forgetting to mention what she observed day after day: Despere in the eyes of the lost tourist, anger provoked by the intens heat, waiting man outside shops where wife where looking at and bying fresh flower printed dresses. Spending a capital so that in a future they could show this textile to excited cooing friends at home.

A couple of meter under her smiling face was a youngster living.

He, different than her, could only overview the square at night time. His world was during the day dominated by passing by legs. Not because he was not tall enough but because he was sitting or lying. The eighty centimeter wide and three meter long entrance of this failed boutique was his home. A carton board his kitchen, the one person matras his bedroom, the wooden panels nailed on the windows and filled with posters and graffiti his wallpaper.

A year ago he had discovered this place. She was already there. She had been the one that had smiled inviting him. Words came never out her mouth, she never spoke. But despite her silence was her glance for him a lure: You’re welcome, here beneath me there is a place and safety.

The first day she observed how he took possession of the entrance through installing a carton board. There he slept. The second day he went of and came back in the afternoon bringing a one person matras. The days and following weeks he made a home of it with things found in containers and garbitch fields. A flower pot with a plant, a little cupboard where he kept some tins of fruit and soup, a big stained teddy bear that probably belonged to someone that now had grown up and lost his tenderness and love for things. Not he.

Het talked a lot to her. Shared his worries. Told her with shiny eyes joyful remembrances. Other times cried with her. Crying was reserved for the nights. Despite living in a window of a boutique was showing weakness in this life not allowed.

The owners of the passing by legs did as if he did not exist. Peeked skittish out of the corners of their eyes at the young man. In their world he was an unwashed, in the air talking geezer on a mattress. Considering judging his poordom. Once in a while a compassionate glimpse, poor fool.

“Dear Lucy, I would like so much what drives them. Where their legs constantly step, never stopping. You think they have a goal? Something they keep secret from me because it’s so treasured? And if that is so, why do they keep it as a secret? Do they consider that sharing is repugnant? he asked her. Her silence was his answer: She was wondering the same as he did.
“You make people happy with your smile Lucy. So you found your goal. My goal is understanding the eternal stepping legs,” he ended.

Despite that in the streets of city stealing is common, never anything disappeared from his home when he was not present. Her smile witheld everybody. Some days he went away for hours, others he sat not going anywhere. Nowhere he was expected, anywhere he had to be.

She had arrived at this place brought by whom had created here. On a big piece of wrapping paper she had become alive. Brushstroke after brushstroke had been the labor pain of here progenitor. Derived from his brain

An early morning, weaponed with a bucket of gleu and her rolled up onder his arm he went on the road in this city to share her with the world. A queeste till the place she would tell him. Without words. Wandering a building, wall or house would reveal him: Her she belongs. And as a proud father befits painting many portraits of her smile. His gallery was the street, her art making smile.

The failed boutique became her home

Days went by
Legs stept on
The young man wondered on
The artist kept on sharing
She smiled

Tom

A thankword to El Bocho for letting me use his images: “El Bocho”

Protected: Benende benen

This content is password protected. To view it please enter your password below:

Bevruchte herseneicellen

Nooit hielden ze op. Flitsend, onsamenhangend, van de hak op de tak, melige onnozelheden, afgunst, euforie, wit, zwart, donker helder: gedachten. Bijwijlen als schuimende stromen smeltwater door beddingen razend.
Zijn omgeving werd gek van zijn dagen stilzwijgen, andere dagen onophoudelijk de oren van ieders kop praten. Momenten van aimabel mens, momenten van verweesde blikken en afwezigheid.

“Ga naar een dokter!” smeekte die.
Hij deed het. Niet onder druk gezet. Uit liefde. Uit zelfplicht.
Doosjes witte pillen verorberde hij. Miligrammen chemie drongen zijn denkspier binnen en dijkten het kolkende water in. Van rust was nochtans geen sprake, eerder een geleid projectiel. Zijn hersencellen bleven als op bevruchting wachtende eicellen in de baarmoeder toeven. Een voortdurende eisprong onder de schedelpan. Wachtend op een golf zaad die leven zou verwekken in de neuronen.

Het kabbelen van de stroom kon hij niet aan. De lokroep van intensiteit weerklonk. Onweerstaanbaar. Intensiteit waar hij aan verslaafd was zoals een junk snakt naar zijn op een lepeltje borrelende heroïne.
In stilte stopte hij het voeden van de neuronen. Weten wilde hij of de lente terug zou komen. Of het smelten van het bergwater aanvang zou nemen.

Het kwam.
In alle schoonheid, ijskoud helder water. Tevens vernietigend. Alles op zijn baan meusleurend in een stroom van modder. Zijn omgeving liet zich niet bedotten:
“Ga naar een dokter!”
Deze keer twijfelde hij. Hij was wachtende op de golf zaad in zijn herseneicellen. Aan de pil zijnde zouden die nooit levensvatbaar zijn.

En uit het niets kwam die. Onverwachts. Onverhoeds. Ongemeen diep stotend en intens. Vreugde, pijn, verwardheid in zijn puurste vorm. De langverwachte intensiteit maakte zijn opwachting. Danig intens dat hij terugdeinsde de lafaard!
Hij dacht: “Zal ik abortus plegen?”

Tom

Het Walhalla van het hol gekwaak(34)

Vervolg op “Het Walhalla van het hol gekwaak(33)”

Aangezien het elke avond in het haardvuur staren na een tijd ook ging vervelen, want om de lichtbak uit te vinden was het nog niet slim genoeg, begon het verhalen te schrijven. Ridders, jonkvrouwen, narren. Allen kregen een rol. Maar een Spanjaard werd omtrent de jaren 1600 die figuren een beetje beu. Zij veranderden namelijk nooit. Was de held een in metalen pak gehesen blonde adonis met goede bedoelingen aan het begin van het verhaal, dan was hij na het beleven van avonturen nog steeds diezelfde adonis. Die onderweg wel een paar snoodaards lessen had geleerd middels zwaardhouwen en verpletterende goedendags. Er zat geen evolutie of verandering in die ophemelende werkjes.
“Daar ga ik eens verandering in brengen” moet onze Spaanse vriend gedacht hebben en schreef onder een verzengende zon een satirisch, kritisch verhaal over een idioot die meende molens te moeten bevechten. Een grote scheldpartij tegen de mooie ridderverhalen die ik reeds aanhaalde. Hij schreef zowaar een van de eerste romans in de Europese contreien.

Maar al dat geschrijf uit die losse pols met veer en inkt op papier ging op den duur ook vermoeien. Gelukkig had het korte tijd daarvoor een machine uitgevonden die het geschrevene in veelvoud kon produceren en voor velen toegankelijk maakte. Daar kwamen vodden van. Want de ene vond niet dat de andere te slim moest worden door al dat gelees en geleer. Sommigen zouden wel eens van gedacht kunnen veranderen wat geloven betrof. En er was al genoeg veranderd sedert het uit het water kroop. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus ging het door met veranderen. Zij het gepaard gaande met een paar oorlogen waar een hoop miljoenen meteen tot martelaren en aan gort werden bebombardeerd. “Een mens kan zich al eens vergissen”

Het had nu geleerd gedachten uit te wisselen. Toch zou dat gedachten wisselen sneller moeten dacht het. En volgens de enen was de redder in nood een onlangs overleden Amerikaan met zwarte rolkraag, volgens de anderen een aantal gisse Koreanen. Het buigt zich nog over deze kwestie in internationale gerechtshoven. Het knutselde de smartphone in elkander!
Er schijnen ondertussen al meer van die dingen in omloop te zijn dan mensen met toegang tot drinkbaar water. Maar ik zei het al voorheen: We blijven positief. Met dit stukje spitstechnologie kan en mag nu iedereen tante Corrie uitnodigen in milliseconden zonder enige inspanning. Wel moet ze daar misschien wel op een gevleugeld kerosine verslindend tuig voor stappen om nog op tijd aan de rijkgevulde dis te kunnen aanschuiven. En aan die dezelfde tafel zal men tante Corrie loven om haar moestuin en het aankopen van natuurvriendelijke thee. Dat ze daar eventjes een ecologische voetafdruk in de aarde had geramd van een paar hectaren met haar vliegreisje vergat men voor het gemak. De boog kan niet altijd gespannen staan nietwaar.
En al die veranderingen zorgden voor comfort. Voor sommigen toch. Of het er ook gelukkiger is van geworden durfde Sylvain niet meteen te zeggen.

Volgende metro 0m 58s

Vervolg “Het Walhalla van het hol gekwaak(35)”

Tom

“Het Walhalla van het hol gekwaak(33)”

Vervolg op “Het walhalla van het hol gekwaak(32)”

Het vond er geen ander woord voor dan vooruitgang. Hoe meer het bouwde, naar manen vloog, ziektes overwon, hoe meer het zichzelf bewonderde en bejubelde. Wat was het toch een ingenieus superieur wezen dat zomaar los uit de pols alles veranderen kon. Ondertussen bleef het grootste genot aan elkanders genitaliën sabbelen.
Maar niet negatief zijn sylvain, het deed ook schone dingen. Het bedacht op ingenieuze wijze de communicatie middels woorden. Pure jaloezie welde bij sylvain op als hij bedacht dat diegene die op het idee kwam namen te geven aan de dingen dat zomaar mocht en vrijgeleide kreeg van de rest die op jacht ging om ‘s avonds het vrouwtje te imponeren met een dood hert.


Konijn, kip, boom, paljas, zon, maan en apestoned. Alweer zomaar los uit de pols kwatelde het meteen een paar woordenboeken vol. Het bedacht zowaar ook het woord: Liefde! Wat moet het daar op gezwoegd hebben. Want dat onbestemde gevoel dat het soms voor de dingen voelde, het mannetjesdier voor wijfjesdier en vice versa bespeurde, viel niet gemakkelijk te beschrijven. Het deed het verdomme maar toch! Bravo en bedankt daarvoor onbekende voorouder. Een verandering die tellen kan die lettergeleerdheid.

Dat er rond dezelfde tijd een aantal bossen verder ook anderen waren die op hetzelfde idee kwamen om middels keelklanken de dingen te beschrijven zou later nog voor veel miserie zorgen. De ene bedacht het woord konijn, de andere conejo en nog een ander lapin. En blijkbaar had elk zo een beetje het idee dat zijn klank de juiste was en oordeelde dat de rest die goedschiks of kwaadschiks ook zou moeten kwelen. Vraagt u het maar aan de Vlamen of Catalanen. Zij kunnen er u alles over vertellen. Ook de kleur van het leer waarin het gelooid was zorgde meermaals voor heibel. “Een mens kan zich vergissen, nietwaar.”

Maar positief blijven, riep Sylvain zichzelf tot de orde een volgende sigaret opstekend. Al dat namen geven en nu in staat om te keuvelen was wel leuk. Maar hoe verwittigen we tante Corrie die een paar bossen verder woont dat het hert klaar en gaar staat om zes uur en dat zij meer dan welkom is een vorkje mee te prikken?
Het toverde uit zijn net uitgevonden hoed het alfabet! Keelklanken omgezet in tekens! Was me dat even een uitvinding die nog maar een keer de wereld veranderen zou. 26 tekens leken het voldoende. En zo geschiedde.

Het had wel nog af te rekenen met een logistiek probleem. Een aantal eeuwen rondzeulen met stenen tabletten zorgde hier en daar toch voor een pijnlijke rug en het zette zijn denkspier alweer in overdrive en vond het papier uit. Dat was mij alweer een uitvinding van heb ik u daar!

Volgende metro: 1m 00s

Vervolg “Het walhalla van het hol gekwaak(34)”

“Het Walhalla van het hol gekwaak(32)

Vervolg op “Het Walhalla van het hol gekwaak(31)”

“Dus zij doen wat me noemen outbound calls, worden niet gebeld maar bellen zelf mensen,” ging ze verder. “En je weet dat ik al lang iets uitdagender voor je zocht, dus wil ik graag dat jij dit doet,” eindigde ze hem vragend aankijkend.
Sylvain wist niet wat te denken. Hij?
“Waarom ik?” vroeg hij.
“Je bent een stuk ouder, hebt fantasie en kan goed met mensen om. Maakt grappen, komt alle dagen op tijd.”
“Een mooi cv heb ik dacht,” dacht Sylvain. “Oud, grappig en op tijd”.

“Wat is mijn taak dan?”
“Die mensen motiveren, begrijpen wat ze doen en sturen,” antwoordde ze zonder aarzelen. Ze had hier duidelijk over nagedacht.
“En verloning?”
“How, how,” lachte ze. “Je weet hoe het hier gaat, we zijn een beetje rock and roll. We veranderen je contract zeker, maar geef het even tijd. Je weet dat we heel snel uitbreiden en gaan daarom ook een nieuw bedrijf oprichten. Iedereen blijft maar zal een nieuw contract krijgen. Wanneer is nog niet duidelijk. Je werkt je eerst in, komt zeker goed.”
Sylvain kende dit gerock and roll maar al te goed. Zij bepaalden het ritme van de muziek, de werknemer danste naargelang.
“Je mag van mij meteen met het team kennismaken en beginnen, wat denk je?”
“Dat ik zin heb in een sigaret,” antwoordde Sylvain grinnikend.
“Rook er even over na,” grapte ze.

Voor de lift keek hij door het raam. Het grote zonovergoten plein met haar banken. Het terras van de Chinees stond er verlaten bij. Op dit ochtendlijk uur waren de dagelijkse opgefokte call agents nog niet toe aan hun bevrijdende bier.

Een paar minuten later zat Sylvain op een van de banken. Jaagde vuur in een sigaret en nam zijn telefoon.
Tikte: “Ik hou van je,” En verstuurde die woorden naar zijn bestemmelinge.

Deze oeroude vier woorden, de meest herhaalde woorden in de geschiedenis van het beest mens.

De eerste slepende stappen, wellicht een spoor van slijm en water achterlatend, van wat ooit de mens zou worden, had niet kunnen bevroeden dat zijn verlaten van het water de wereld zou veranderen. Nog een lange weg had het zich toen te slepen tot het heden. Maar het zou er komen. Met vallen en opstaan.

Het evolueerde erop los tot het zich oprichtte. Staand had het een beter uitzicht op de te veranderen zaken. Niet alleen lijf en leden evolueerden maar ook de inhoud van de schedelpan. Daar kolkte en kookte het. Het begon te plannen. Ongebreideld en bijwijlen ondoordacht bleek achteraf. Het bleef tenslotte een genetisch licht gewijzigde aap. Het bedacht het gezegde: Een mens kan zich al eens vergissen. En of het zich kon vergissen, dacht Sylvain.

Dagelijks was het vastbesloten daar het bewijs van te leveren alvorens zich ter bedstede te begeven en zich aldaar ongebreideld voort te planten. Het begon de aarde te bewerken. Het moet gedacht hebben: Al dat gras, modder, aarde, bloemen gaan op den duur ook vervelen, wij richten hier de boel wat comfortabeler en moderner in. Het plamuurde de aardkorst met asfalt en macadam, het bouwde niet meer in de breedte, maar in de hoogte. Het vond een leuke bezigheid: Competitie. “Ik bouw vier verdiepingen hoog!” kreette een verlichte Romeinse architect! “Ik vijf!” riep aldaar weer een ander. Ondertussen roept men vanuit Dubai: Wij zitten al bijna aan een kilometer! Het doet me denken aan het liedje, dacht Sylvain, dat ik als knaap getooid in korte broek en rugzakje op trektocht zong: Zo gaat het goed, zo gaat het beter alweer een kilometer!

Volgende metro: 1m 01s

Vervolg: “Het Walhalla van het hol gekwaak(33)”

Tom

Het Walhalla van het hol gekwaak(31)

Vervolg op “Het walhalla van het hol gekwaak(30)”

Een paar uur later werd Sylvain op de schouder getikt. De bazin.
“Heeft u een tandenstoker of pen in de buurt meneer?” Ging Sylvain verder tegen een arme sloeber zonder Internet.
Sylvain draaide zich om en knikte vragend naar Catherine.
Die nam de pen en notablok die voor Sylvain zijn neus lag en schreef snel in bijna onleesbaar handschrift: Als je gedaan hebt, zet je status op “Supervisor meeting. kom bij me. Wil iets vragen”.
Sylvain knikte haar toe wijl zeggend: “Dan wacht u tien minuten, uw modem zal heropstarten en dan zou alles moeten werken” terwijl hij dacht: “Wat zou die nu van me willen?”

Catherine was een energiek muisachtige vrouw. Snel helder pratend met brede aangename glimlach, velen aanmoedigend en motiverend. Men moest al het gebouw in de fik steken voor ze iemand ontslaan zou. Zij was diegene die door een groepje investeerders was uitverkoren om dit call center op poten te zetten.
Op amper een paar jaar was het uitgegroeid tot een echt bedrijf. Werkten er al meer dan 100 mensen. De laatste tijd had Sylvain gemerkt dat ze almaar minder lachte, steeds meer op haar werkplek haar kop liet zinken achter haar scherm en met duizend dingen tegelijk bezig was. Serieuze blik, op het randje van kregelig. Het werk groeide haar over het hoofd.
Hij vroeg zich af wat haar dreef. Ze scheen twee kinderen te hebben en getrouwd te zijn. Leek dag en nacht bereikbaar te zijn voor dit bedrijf. Wat zou ze verdienen?

“Dan wens ik u nog een fijne ochtend meneer,” beëindigde Sylvain van wat zijn laatste gesprek zou worden. Maar dat wist hij toen nog niet. De woorden: “Dan wens ik u nog een fijne dag namens mij en Scharlaken klantendienst” had Sylvain nooit uit zijn strot geperst gekregen. Vele keren was hij daar op aangesproken, bij evaluaties punten afgetrokken. Het was zijn kleine daad van verzet. Veel meer daden van verzet had hij niet in zijn arsenaal. Te onbetekend was hij.

“Zeg het eens Catherine,” zei Sylvain luid. Met zijn handen op het schot van haar werkplek steunend.
Verstoord keek ze op. Zag Sylvain, leek haar gedachten te ordenen in tienden van seconden en leek als een computer de juiste map uit haar brein op te diepen en kwam meteen ter zake.
“Sylvain, kom, we gaan daar zitten”.
Daar was een tafel met zes stoelen die aan de rand van deze verdieping stond. Waar de bazen zaten als die van het rijke thuisland kwamen ingevlogen. Daar een aantal dagen heel gewichtig met hun laptops zaten te werken, Skypen en terug met de noorderzon vertrokken als alles in orde leek.

“Wat zou je er van vinden een team te leiden Sylvain?”
“Welk team,” vroeg Sylvain. Geheel onverwachts kwam deze vraag niet. Al eerder had ze hem gezegd dat ze hem niet kwijt wilde. En hem niet kwijtraken kon door hem niet te veel jaren aan een telefoon te laten hangen tot hij opbranden zou.
“Global Circle” antwoordde ze.
Sylvain had al gezien dat op dit verdiep een kleine groep mensen hun eigen hoek hadden. Veel ontspanner zaten te bellen dan Scharlaken medewerkers.
“Wat doen die?” vroeg Sylvain.
“Bellen!,” lachte Catherine.
Sylvain glimlachte en zei niets. Wachtte op wat komen ging.
“Global Line levert betaaldiensten, betaalmachines in tankstations, restaurants en kleine handelaren. Die mensen die hier zitten bellen bestaande klanten op met een voorstel om hun abonnement te veranderen en een goedkopere offerte. Dat team is drie maanden geleden begonnen en is nooit goed op dreef gekomen. Hun teamleader nam ontslag al een maand geleden en we hebben dingen laten verwateren.”
Sylvain liet haar praten. Luisterde. Keek tersluiks op zijn horloge. Hij had zin in roken.

Volgende metro: 1m 04 s

Vervolg: “Het Walhalla van het hol gekwaak(32)”

Tom

De drone piloot

Op de zoemende tonen van aanvliegende dronen kwamen ze tonen hoe het moest.
Lieten alles achter na een wijl.
Verwoest

Als ware het een kantoorpik, nu en dan zuigend aan het rietje van een flesje prik.
Zijn schrijfmachine was vervangen. Scherm en paneel.
Waarmee hij duizenden kilometers verder om kelen zelen legde.

Een druk op de knop en hop!
Alweer een stapje dichter naar wereldvrede.
Middels het zaaien van de dood.

De dienst is voorbij.
Hij denkt aan vrouw, kind en avondeten.
Wat zou er zijn aan lekkernij?

Duizenden kilometers oostwaarts waarde de geur van deze technologische terreur.
Rottend mensenvlees.

Hij streek tevreden over het middenrif.
Waar zijn net verorberde maaltijd tevreden rust vond.

Dochterlief met zacht glimlachje slapend.
Hij op de sofa voor de televisie gapend.

Morgen weer een dag.

Tom

Geweld + politiek + georganiseerd = Terreur. Simpel! Of toch niet?

Waarschijnlijk, mogelijks, vermoedelijk, schijnbaar, onbevestigde bronnen, blijkbaar. Het walhalla van het hol gekwaak viert hoogtij.

En bij al die stormachtige nietszeggende hooggetijden vraag ik me maar één ding af: Wat is terrorisme? Iemand? Als u mijn mening in de volgende zinnen verwacht te lezen mag u hier alreeds stoppen. Ik denk luidop namelijk dit schrijvend. Vraag me af. Iedereen blijkt het te weten behalve ik. Overal wordt met het woord terrorisme gegooid als ware het confetti op een verjaarsfeestje.

Het raadplegen van Van Dale levert me een begin op:
“ter·ro·ris·me (het; o) 1 het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.”
Maar dit begin katapulteert mijn afvragen meteen naar een volgende vraag in plaats van een verlossend antwoord: “wat is terreur?” Ver hoef ik niet te bladeren in datzelfde woordenboek om meteen kant en klaar te lezen: “ter·reur (de; v(m)) 1 georganiseerd politiek geweld.”

Nu ben ik nog verder van huis. Dus terreur is geweld mits toevoeging van de ingrediënten georganiseerd en politiek? Rekenkundig: Geweld + politiek + georganiseerd = Terreur. Simpel!

Of toch niet?
De vader die zijn zoon genadeloos afslaat om een of ander akkefietje, zijn vrouw onderdrukt zaait geen terreur aldus? In ieder geval niet volgens de Van Dale. Of kunnen we dan spreken van sociale terreur? Tiens, bedenk ik me nu plots, dat is het! Er zijn verschillende vormen van terreur. Dus ook van terrorisme! Ik voel me een stap dichter naar een antwoord. Toch blijft het nog een lange tocht door de mist van deze gedachtenterreur die ik op mezelf pleeg.

Nog voor de kogel de loop verlaten heeft staan reeds alle persen klaar om de woorden terrorisme en terreur in miljoenvoud te drukken zonder meer, sturen televisiezenders, radiostations en kranten hun zonen uit naar plekken des onheils om met de woorden mogelijks, waarschijnlijk, naarvolgens, vermoedelijk en onbevestigde bronnen hun naar bevestiging van terrorisme snakkende miljoenenpubliek in de ban te houden. Het donkerbruine vermoeden rijst bij me dat er miljoenen teleurgesteld achterbleven. Want hoe men ook zijn best doet de ingrediënten georganiseerd, geweld en politiek te vinden bij de daden van de afgelopen weken, vinden kan men ze niet. Of ik zie iets over het hoofd.

Nu vraag ik u, is het moeten en zullen vinden van een bevolkingsgroep, geloofsovertuiging of politieke overtuiging om het schavot op te jagen en te veroordelen geen terrorisme?

Tom

Een leugen en spinazie

Met lieve open glimlach keek hij haar toe en maalde enthousiast de spinazie rond in zijn mondholte.
“Lekker schat!”
Bij binnenkomst had hij het al geroken, alweer spinazie.
Sinds ze 33 dagen geleden bij elkander introkken had ze elke dag dit gerechtje gemaakt.
Op dag één had hij met smoorverliefde blik vanaf de keukentafel haar verrichtingen bekeken.
Zwierig had ze een pan uit de kast gehaald, de koelkast opengetrokken en met één vlotte beweging een zak spinaziebladeren het aanrecht opgegooid.
Zonder enige zweem van twijfel een geut olijfolie de pan in gegoten en even gewacht tot die heet was.
“Lust jij eigenlijk wel spinazie?” had ze hem gevraagd. Bevallig met haar heup een iets naar rechts tegen het keukenblad leunend.
Dit beeld van zijn geliefde deed hem alles lusten.
“Ja!”, had hij luid en gedecideerd een leugen beaamd.
Het maakte haar blij. Ze hield van hem. En als ze iets deed wat hem gelukkig maakte dan was ook zij gelukkig.
Hem maakte het ongelukkig elke dag gebakken spinazie te moeten verorberen die hij niet lustte, dag na dag zijn enthousiaste beamende “Ja!” uitroepend. Hij had het hart niet haar te kwetsen, haar blije blik te zien verbrokkelen op haar gelaat.

Sinds, nu 33 dagen terug, hadden ze elke dag dit ritueel herhaald. Nog duizenden dagen lagen in het verschiet gespeend van moed elkander te willen leren kennen.

Tom

Volgende pagina →