Het Walhalla van het hol gekwaak(29)

Vervolg op ‘Het Walhalla van het hol gekwaak(28)’

Wat deed je toch, je leven en jezelf zo in het slop manoeuvreren, dacht Sylvain terwijl hij de wegtikkende seconden op het paneel bekeek, die de aankomst van de volgende metro aankondigden.

Ondanks alle, volgens Sylvain veelal loze, kreten in magazines en bladen dat de hemel de limiet was, je zelf het heft in handen had en je alles kon als je het maar wilde, was het het voor Sylvain duidelijk dat bepaalde beslissingen, op bepaalde momenten, op bepaalde plekken de juiste waren, maar tijd verstreek. Een mens veranderde. Situaties veranderden. Net als het weer. Onvoorspelbaar op lange termijn, alhoewel sommigen het tegendeel beweren. De beslissing een paraplu te nemen bij regenweer is een juiste. Als je niet nat wil worden dan. Een wit t-shirt bij zon. Ook dan kan dezelfde paraplu gebruikt worden, alleen wordt hij dan een parasol. Zonder dat hij er iets voor hoeft te doen verandert de situatie zijn hoedanigheid.

Hij kon niet anders dan toegeven dat hij veranderd was. Ten goede of ten slechte daar was hij niet uit. Was paraplu beter zijn dan parasol? De graadmeter van goed en slecht wordt bepaald door anderen.
Zolang anderen hun noden mijn eerste zorg zijn ben ik goed, dacht Sylvain verder. Misschien was hij net daarom stilaan overal afstand van beginnen nemen. Hij kon hun noden almaar minder ontcijferen.

Of de biefstuk nu goed doorbakken was, er nog straaltjes bloed uit sijpelden bij het aansnijden, of ronduit rauw was, het kon hem niet boeien. Hij begreep de ontstentenis om vele zaken niet meer. En om noden te kunnen lenigen van anderen moet je ze begrijpen. Wat hij almaar minder deed, begrijpen.

En door de jaren heen had hij zichzelf ergens op een parking naast de autosnelweg van zijn leven geparkeerd. Hij nam zijn oortjes om de stilte van het gevulde perron niet te hoeven aanhoren. De gitaarsnaren beroerd en soms mishandeld door de vingers van Jack White razend door zijn oren konden hem bekoren.
Hij had zin in een sigaret. Verstokte roker wiens longen almaar meer om de zoete verdovende smaak van benzenen en teren verlangden. Dat lijf van me heeft ook verlangens. Dat lijf van mishandelde hij al bij al nogal. Los van het roken zoop hij elke dag een paar liter bier. Om de verlangens ervan tot zwijgen te brengen, doe ik dat? Zijn deze gewoontes van me plaatsvervangers? Een laffe vluchten voor een realiteit? Dat de realiteit niet bestond stond al heel lang voor Sylvain boven water. Er bestonden zo ongeveer zeven miljard realiteiten. Het kind in Vladivostok dat elke ochtend bij min 46 graden tandenklapperend vanonder de dekens kruipt leeft een andere realiteit dan de knaap die in Verona tijdens de zomer niet slapen van de lome hitte die als een deken over zijn lijfje gedrapeerd ligt. Een rijdende vrouw op een mannelichaam haar beleefwereld en realiteit zijn wellicht ook niet dezelfde als die van het haar penetrerende mannetjesdier dat onder haar liggend naar borsten opkijkt en grijpt. Dus hoe dichtbij of ver verwijderd, de realiteit is een realiteit, van diegene die hem beleeft.

Nog steeds probeerde Sylvain zich soms te verplaatsen in wat zijn oudeheer’s realiteit moet geweest zijn. Bewegingloos lag hij dan op de sofa. Zijn armen, benen romp zwaarder en zwaarder voelend. Tot hij verlamming voelde. Sommeerde zijn hersenen een vinger te bewegen, een been maar bewoog die niet. Bleef uren roerloos staren. Dichter raakte hij niet in zijn vader’s realiteit.

Volgende metro 1m 28s

De enige kracht die daar toe in staat is, is liefde.

De glimlach die haar gezicht tooide was een zachte. Deze vrouw was verliefd. Daar durft Sylvain een maandloon om verwedden. En dat het niet op haar man is, daar durft hij een tweede maandloon om te verwedden.
Ze is alreeds een vrouw. De trouwring die ze draagt is vele jaren geleden aan haar vinger geschoven en is het bewijs van gebaarde kinderen en een af te betalen huis.

Sylvain blijft haar observeren. En fantaseren. Alhoewel het voor hem geen fantasie is. Rotsvast overtuigd is hij van zijn conclusies.

Haar lippen krullen nu echt tot een ingehouden lach. Even schokt haar bovenlijf. Diegene die woorden doet verschijnen op haar scherm heeft blijkbaar iets gezegd waar ze hard om lachen moet. Ze hield de lachbui onder controle. Op straat hoort in lachen uitbarsten niet. Controle houden over gevoelens is de enige zin die in de bijbel van eenieder staat. Geschreven in rode dike vette drukletters.

Ze verplaatst het gewicht van haar gehakte voet op haar andere, ziet Sylvain. Gebiologeerd blijft hij haar bekijken. Ze straalt ongenaakbaarheid uit in alle kwetsbaarheid.

Als plots haar gezicht bevriest, weet Sylvain het zeker. Een jaarloon nu: Ze is verliefd. Haar scherm geeft nu de woorden weer van haar man die vraagt de kinderen niet te vergeten die nog ergens heen gebracht moeten. Vandaar haar schichtige blik. Alsof ze betrapt werd.

Sylvain hoopt dat de bus nog lang wegblijft. Volledig gaat hij op in haar. Hoopt dat haar geliefde haar lach terug tevoorschijn schrijft. Hoe de uitstraling van een mens van de ene seconde op de andere zo een gedaanteverwisseling kan ondergaan vindt hij magisch.

De enige kracht die daar toe in staat is, is liefde.

`Ga ervoor` zegt Sylvain plots luidop.

Zijn woorden gaan verloren in het ronkende geluid van de dieselmotor van de aankomende bus.

Het Walhalla van het hol gekwaak(28)

Vervolg ‘Het Walhalla van het hol gekwaak(27)’

En zoveel jaren later, hier op dit perron, de wegtikkende seconden ziend, kwam alles weer naar boven. Seconden, uren, dagen, maanden, Jaren en decennia waren verstreken. Waarin hij kinderen had gemaakt, huizen gekocht, auto’s in de prak gereden, bezopen geklist was motorrijdend, verliefd was geworden, harten had gebroken. O die liefde. Wat was me dat een avontuur van euforische hoogtes en onmetelijke dieptes in een vergeetput gegooid toevend.

Hij ging zitten op de metalen bank die aan de muur geschroefd was, gestut door metalen in dezelfde muur gemetselde staven. Strekte zijn benen. Hij zat ondergronds in zijn vergeetput. Daarboven scheen de zon, maar die zag hij in al zijn donkere wrokkige boosheid niet meer. Afscheid had hij genomen van alles wat maar een glimlach zou kunnen opwekken. Het afgelopen jaren alleen door straten zwervend, in marginale barretjes ergens in een hoek stil bier zuipen om onaanraakbare liefde had zijn sporen nagelaten. Hij verzuurde. Ware hij een vat, zou het eender wat er in gegooid werd sissend verdampen door het zuur dat in hem huisde.

De slapeloosheid die hem al jaren vergezelde door de eindeloze nachten brachten hem schuldgevoelens om dat zuur. In de stille donkerte floten zijn longen het lied van de roker. Om dat geluid te smoren stak hij veelal sigaretten op. Op onverklaarbare wijze bleek dit een remedie tegen het piepen. De remedie tegen het genadeloze zuur dat in hem opwelde was zijn boetegang elke dag richting werkplek. Al even onverklaarbaar. Daar hielp hij aimabel en geduldig elke dag mensen aan de telefoon. Alles ging via stem. Daar legde hij gevoel en warmte in. Soms wat streng sturend, dan vriendelijk bemoedigend. Hij wist dat het een van de pot gerukt spel was dat hij speelde met zichzelf. Het was een vlucht, voor zichzelf. Een veiligheidsgordel met dubbele airbag.

De dagen regen zich aan elkaar, elke dag een identieke kraal aan wat op een eindeloos touw leek. Iedere kraal identiek.

‘Hoelang nog,’ fluisterde Sylvain in het gewelf. ‘Hoelang nog tot ik uit deze vergeetput raak?’

Volgende metro 1m 32s

Vervolg ‘Het Walhalla van het hol gekwaak(29)’

Het Walhalla van het hol gekwaak(27)

Vervolg op ‘Het Walhalla van het hol gekwaak(26)’

De tweede nul bood zich aan tijdens die eerste week verbanning van vele. En tweede keren zijn minder verrassend. Ervaring is een vijl die scherpe kanten vijlt van dingen die opnieuw meegemaakt worden. Nog vele eerste keren had Sylvain nog voor de boeg, nog hopen vijlwerk voor de deur.

Deze keer was het wiskunde die zorgde voor een onrustige terugrit op de bus. Nu wist hij wat hem te wachten stond. Een stilte zodadelijk die als de loden mantel van de tandarts om hem heen zou gedrapeerd worden. De blik van zijn vader die hem zou fileren, zijn moeder stilzwijgend beamend dat straf hoorde.
Dat bij zijn thuiskomst zijn vader er nu altijd was, vond Sylvain raar. Vroeger had hij het huis voor zichzelf een uur na van school komen, sinds een maand was zijn vader er al. Of nog. Dat was Sylvain een raadsel. Want ‘s ochtends was pa er nu ook altijd. Ging hij niet meer werken? De gesprekken over vroege overvolle treinen en geen parkeerplek aan het station waren ook achterwege gebleven. Sylvain leefde met mensen waar hij bitter weinig van wist. Zijn verwekkers.

‘Een maand naar je kamer na het eten’ viel het gortdroge verdict.
Alleen de hamerslag van de rechter ontbreekt, dacht Sylvain. op een vreemde manier was hij opgelucht. Waar dat vandaan kwam kon hij zelf niet rijmen.
Het onvermijdelijke? dacht Sylvain. En waarom een maand nu? Vorige week bleek een nul op de handelsbeurs van straffen nog op een week te staan. Omdat die week niet voldoende bleek door het nu alweer hebben van een nul? Terwijl hij echt wel die toetsen vorige week gemaakt had. Alleen was de lerares wiskunde blijkbaar wat trager met het opmaken van haar cijfers en had hij pas het resultaat deze week gekregen. Sylvain begreep wel dat hij gestraft moest. Een ouder moest toch zorgen dat zijn kind goed studeerde en flink was. Geen schoffie zoals er een paar van in zijn klas zaten. Die hadden wellicht ouders die hen niet straften en die dus nooit ver zouden raken in het leven. Ver raken in het leven vond Sylvain een rare uitdrukking. Naar waar ver raken?

Hij keek in zijn bord waar een kotelet dreef in haar eigen nat. De dampende aardappelen die aan de randen bruinig werden, het nat van de kotelet opzogen. Hij had zin in een lepel ajuinsaus voor op de sperziebonen. Keek naar het pannetje maar dorstte niet de lepel aan te raken. Een gevoel van dat niet verdienen overviel hem. Het onvermijdelijke zaad van schuldgevoel was nu ook bij hem ingeplant.

Volgende metro 1m 38 s

Vervolg ‘Het Walhalla van het hol gekwaak(28)’

Het verhaal van bijl en schaar

En dan kijgt de minister een lederen tas, de burgemeester een sjerp en de volksvertegenwoordiger een zetel. Iedereen tevree. En allen een gloednieuwe schaar. Want linten knippen met van oor tot oor vervroren lach op het gelaat denkend aan het gelag van eten en drinken achteraf.

Een bijl behoort niet tot het gereedschap van deze heren. Daar kan je namelijk knopen mee doorhakken, en daar doen zij niet aan.

Of er nu 34 doden vallen, 340, of 3400, het laat hen Siberisch koud. Net zoals Clinton staalhard ontkende dat Lewinsky zijn leuter in haar mond propte tot beider vertier, staan deze heren nu hun medeleven te betuigen en ik geloof er niets van. Dat Clinton en Lewinsky rollebolden op een gestolen moment kan alleen maar op mijn begrip rekenen. Zelfs zijn gelieg was een zielig apenootje vergeleken met het schofferend gedrag en reactievermogen van de verkozenen alhier.

Hun daden na de aanslagen zijn het pure en onversneden bewijs van hun Siberisch koude harten.

Zij werden verkozen om het maken van beloftes, veelal loos gekwatel ontsproten aan het brein van een of ander meer dan goed vergoede tekstschrijver. Hun haren gekamd door een kapper zonder fantasie, hun pakken en grappen door een imagobouwer gekozen.

Een team hebben ze nodig om zich heen om zichzelf nog verkocht te krijgen aan het volk.

Eenmaal de medelevende woorden op radio en televisie zijn geacteerd gaan de deuren dicht en laten de heren het masker van medeleven vallen. Het gelaat van de hach te redden is een wrede. Een gelaat waar plots de haat uitspreekt eenmaal de bevroren lach mag losgelaten omdat niemand kijkt of ziet. Want de slachtoffers zijn zijzelf in hun verkapte redenerende hoofden. Zij die nu ook nog eens moeten lezen dat er in Panama gevoelige informatie plots het daglicht zag. Zij zijn ten einde raad over zoveel onrecht. En nog virtuozer dan Hamilton, Alonso en Rosberg samen, wringen ze zich door bochten aan een duizelingwekkende snelheid om de verantwoordelijkheid op een ander af te schuiven.

Een ander die eveneens meedraait op de mallemolen van dit absurd spel.

Tom

Van wals tot headbangen

Nooit neuken ze elkaar, ondanks de honderden malen dat hun genitaliën versmolten waren. En nog zouden versmelten. Ze bezitten elkaar. Hebben elkaar lief.

Van wals tot headbangen. Bezitten. Het ene moment zacht innig alsof ze vlindervleugels strelen, liefde, een volgend moment losgeslagen spierkracht in omknelling en omhelzing, bezit. En zoals dat bij dansen gaat behoeven geen woorden, alleen akkoorden en bewegen. Het ritme van de muziek hunner lijven is onvoorspelbaar. En zonder woorden begrijpen die lijven elke ritmeverandering.

Hun grommen en kreunen zijn de muzieknoten. Geen valse noot weerklinkt, geen streel of stoot misplaatst. Denken komt er niet aan te pas. Voelen.

En ondanks het woeste fysieke geweld is alles sereen. Geen onderdanigheid komt er aan te pas. Geen van beiden heeft overwicht in dit spel. Geen bevel of vraag spreekt uit hun blikken.

Ze hebben maar een smeekbede, bezitten en bezeten worden.

Zijn gezicht begravend in haar hals overvalt hem een drieste oerdrang. Zijn verbaasde blik over haar grenzeloze liefde voor hem doet hem elke grens overschrijden.
Hij omvat haar hals, zijn wijsvingers raken elkander bij de toppen in haar nek, zijn duimen ter hoogte van haar hals. Niet alleen zijn lid maar zijn ganse lijf en zijn willen in haar, net zoals zij in hem.

Beiden voelen keer op keer de liefde voor elkaar die hen nooit voldoende is ondanks haar onmetelijkheid.

De minuten na het exploderen van hun koppen en vloeien van zaad en sap, het rustiger worden van hun razende harten voelen ze bevrediging. Zijn ze thuis.

Hun blikken strelen, tot beider blik verlangend spreekt: Dans opnieuw met me.

Tom

Schaam u

Meer dan dertig mensen aan stukken gereten, en een paar verdiepingen vol gewonden. Tot zover de feiten waar eigenlijk niemand meer bij stilstaat: een hoop zonen, moeders, dochters, vaders die elkaar verloren. Zij zullen geen discussies meer samen voeren, kalkoenen verorberen op nieuwjaar, lui op de sofa liggen, een zak chips opensnokken bij een film, ongedurig aan een kassa staan in de supermarkt, geen straaltjes speeksel zeveren in elkanders armen slapend.

Dat interesseert, behalve zij die iemand verloren, geen enkele beleidsvoerder.

Nadat de galm van de ontploffende gordelbommen wegebde, de stukken rondvliegend glas vielen, de ledematen en stukken vlees neerploften, het stof ging liggen, werd het een paar seconden stil.

En toen gingen alarmen loeien bij de machthebbers en hun discipelen. Als een stampede losgeslagen koeien en stieren liepen ze riching nergens. Het enige doel waar ze al hun energie en pijlen op richtten was en is: Op wie o wie schuiven we de verantwoordelijkheid voor ons jarenlang zelfvoldaan vadsige beleid? Hoe redden wij ons hier uit? Als een stel kinderen die beseften dat ze iets niet koosjer uitvraten.

De afgelopen vijftig jaren werden er meer postjes, deel dit en regionale dat regeringen uit mouwen geschud dan daadwerkelijk besturen. Een land met evenveel inwoners als de stad New York, waar een burgemeester volstaat, staat nu in zijn blootje met al haar zelfuitgevonden regeringen en commisies.

En wat doen de heren politici? Als radeloze hongerige ratten elkanders keel oversnijden. Iemand moet de schuld, behalve zijzelf. De truuk van op de vorige regering te schuiven heeft het volk onderhand door. Werkt niet meer. Inventiviteit is nodig. Energie wordt gestopt in schuld schuiven op, niet in handen uit de mouwen en daadwerkelijk doen.

De persoonlijke adviseurs en imagebuilders van de heren politici draaien overuren. Terwijl zijzelf huilie huilie in een hoekje ziten en zichzelf slachtoffer vinden.

Schaam u meer dan netjes vergoede verkozene. U deed niets. En wat erger is, u leerde niets van deze schandelijke daad. Of toch, u zo mogelijks nog schandelijker te gedragen.

Tom

Het Walhalla van het hol gekwaak(26)

Vervolg op “Het walhalla van het hol gekwaak(25)”

Twee jaar later liep hij op datzelfde stationsplein te tobben over zijn eerste nul. Tientallen busstops vulden het plein. Langwerpige eilandjes waar busreizigers in veiligheid konden wachten. Voor hen de sporen van de vele bussen die de straat hadden doen verzakken. Tussen spoor en spoor een lange glimmende olieachtige vlek. Het rook er zoet. Dieselgeur.

Sylvain hoopte op zijn plaats op de achterbank. Vandaar had hij uitzicht. Ook naar achteren. Hij staarde graag naar de auto’s die achter de bus reden. Hij kon de warmte in die auto’s voelen. Alsof het een kleine woonkamer betrof. Sommige mensen maakten van hun auto een gezellig plek. Pakje sigaretten op de passagiersbank, doos Kleenex op het dashboard. Vooral ´s avonds bij donker leek zo’n auto knus. De dashboard verlichting aan, een oplichtende radio. De muziek fantaseerde Sylvain er zelf bij.

De nul, dacht hij.

Als wraak om het niet neerslaan van zijn ogen had de leraar Frans zijn agenda gevraagd. Er in rode letters in beschreven hoe Sylvain lui was. Niet oplette. Brutale mond had. Hautain was. Met de eis de toets getekend “door een ouder” terug in te leveren de eerstvolgende les.

Sylvain las de nota. Snapte niet waarom die vent zo loog. Hij had geen woord gezegd, alleen maar woedend teruggekeken. Brutale mond? Amper had hij iets gezegd in de klas want kende er geen kat. Hij had pas vier uur les Frans gehad op deze eerste twee weken van de middelbare school, Niet oplette?
Blijkbaar kreeg Sylvain zijn eerste les in volwassenheid. Wie iets verkregen wil liegt. Overdrijft. In dit geval wilde de leraar Frans Sylvain vernederen om een of andere onbekende reden. Of was dit om hem te helpen? Zodat hij terug tienen halen zou? Rare manier van helpen is dat dan, dacht hij.

“Een wat?”
De toon waarop deze woorden vaders mond verlieten waren duidelijk. Hier kwam heibel van.
In al zijn naïviteit had Sylvain gedacht op begrip te kunnen rekenen. Hij had zelfs willen vertellen hoe die Fransoos vierkant loog. Nu besefte hij dat het zou klinken als een excuus. Het maakte Sylvain woest. De enige verdienste die die pummel had was volwassen zijn, en zij werden dus altijd geloofd.
“Een nul,” herhaalde Sylvain stil.

Het tribunaal bestaande uit ma en pa bekeek hem. Stilte. Sylvain durfde amper te ademen. Vanachter zijn brillenglazen bleef pa hem strak aankijken. Sylvain dorstte niet hetzelfde te doen als bij de leraar Frans. Sloeg meteen zijn ogen neer. Wachtend op wat komen zou. Hij kende zijn pa zo niet. Het verwarde hem totaal. Sylvain wist aan geen kanten wat er gebeuren zou. Het maakte hem bang. Net zoals mensen schrik hebben voor spinnen, dat komt omdat je nooit weet welke richting het beest plots rennen kan had hij eens ergens gelezen.
Vader probeerde op te staan. Heel moeizaam ging dat. Sylvain had het afgelopen jaar gemerkt dat er iets niet klopte. Maar hem werd niets verteld. Pa was ook al maanden thuis, werkte niet meer.
Boven Sylvain uittorend zei pa: “Een ganse week geen tv en elke dag na het eten naar je kamer. Studeren tot je een tien hebt.”
De tien kwam er nooit, de verbanning naar zijn kamer zou geen week maar jaren duren.

Volgende metro 1m 42s

Kreeg een vervolg “Het Walhalla van het hol gekwaak(27)”

Het Walhalla van het hol gekwaak(25)

Vervolg op “Het Walhalla van het hol gekwaak(24)”

“Hier, met de rest mag je een ijsje kopen,” zei ma terwijl ze over haar schouder een honderd frank biljet hield. Sylvain boog zich naar voren en nam het aan.
“Verlies ze niet en heb je je jas aan? Voor de bioscoop mag je niet parkeren, dus stoppen we en snel de auto uit.”
Sylvain was er klaar voor. De spanning steeg in hem.
Alleen in de grote stad, dacht hij.

“Dag,” mompelde hij de blauwe Honda Civic nakijkend vanop het voetpad. Het enorme stationsplein voor zich. De trappen van de bioscoop achter zich. In een houten hok linksboven de trappen zat de kaartjesverkoper. Er stond een rij met ouders en kinderen. Sylvain voelde zich dubbel. Enerzijds trots naar de dreumesen in de rij kijkend dat hij hier zomaar eventjes alleen een filmpje kwam meepikken. Anderzijds overviel hem een eenzaamheid. Hier stond hij, alleen.

Toen het zijn beurt was rekte hij zich uit. Het glas had cirkelsgewijs gaatjes om de man in het hok toe te laten de kopers beter te horen. Sylvain was te klein en besloot dan maar zijn hoofd op het houten plankje te leggen en in het gaat waar centen doorgegeven moesten te praten.
“Een kaartje voor de Rescuers alstublieft,” zei hij luid en heel beleefd. Want dat was Sylvain. Beleefd.
“Dat is dan 120 frank,” zei de man die van een rol een kartonnen kaartje scheurde.
“Honderd..twintig?” stamelde Sylvain. “Ik heb maar honderd frank meneer,” zei Sylvain die tranen voelde opwellen.
De man keek op. Zag dat Sylvain geen schoffie was die hem in de maling nam. Maar zuchtte ook ongeduldig.
“Honderdtwintig jongen, anders geen Rescuers,” zei hij.
“Dank u wel,” meneer stamelde Sylvain. Stapte opzij om de man zijn volgende klant te laten bedienen.

Sylvain ging op de trappen van de bioscoop zitten. En toen gebeurde het. Tranen stroomden. Verloren in deze stad. Hij wist niet hoe naar zijn grootmoeder te raken. Geen bioscoop en nog twee lange uren voor ze hem halen kwamen. Hij durfde geen poot van de cinema weg.

“Wat scheelt er jongen?” Hoorde hij een mannenstem.
Sylvain keek over zijn schouder. Veegde zijn tranen en snot snel weg. Een vriendelijk mannengezicht keek hem aan.
Hakkelend en hortend vertelde Sylvain over zijn afgezet zijn en geldtekort.
De man aanhoorde hem.
“Twintig frank tekort dus,” zei hij terwijl hij een stuk van twintig opdiepte uit zijn portefeuille.
Sylvain kon zijn ogen niet geloven. Iemand gaf hem zomaar geld. Even dacht hij dat hij dat niet aanvaarden mocht. Zijn ouders woest zouden zijn. “Alsof wij arm zijn! Moeten bedelen!”
Tegelijkertijd vlamde het door zijn kop: “Ma heeft ook gezegd dat ik een ijsje mocht, zal ik het deze meneer zeggen?”
Sylvain zei er niets over.
“Be.. bedankt meneer.”
“Veel plezier met je film. Koop nu snel je kaartje anders ben je te laat.”
De man begaf zich naar zijn wachtende kinderen die Sylvain een paar minuten eerder stoer had aangekeken dat hij hier alleen stond.

Volgende metro 1m 44s

Kreeg een vervolg: “Het Walhalla van het hol gekwaak(26)”

Het Walhalla van het hol gekwaak(24)

Vervolg op ‘Het Walhalla van het hol gekwaak(23)’

Kind

‘Raymondus! U heeft er weer niet veel aan dood gedaan beste vriend!’
Sylvain wist wat komen ging, het zinnetje waarmee de leraar Frans een leerling de grond inboorde.
Hij noemde Sylvain steevast bij zijn achternaam. Op minachtende toon. Hij genoot zichtbaar van leerlingen te kakken te zetten. Zocht zijn slachtoffers uit. De rest van de klas was dan stil.
‘U heeft het nogmaals klaar gespeeld om een rond en onbeduidend cijfer van weinig waarde te behalen, zijnde een NUL!’ Het laatste woord hard en nadrukkelijk uitsprekend.
Sommmigen lachten luid. Anderen waren stil om niet ook plots in het voetlicht geplaatst te worden. Klein van stuk was hij, een wit hemd dat zijn buik omspande, gedragen door twee spillebenen. Een bijnaam had hij niet. Blijkbaar had nooit iemand het aangedurven of de moeite gevonden hem die toe te kennen.
Sylvain haatte de rode kop die hij kreeg, nu de ganse klas hem aankeek. Keek ondanks dat recht de leraar in de ogen. Verdomde het ze neer te slaan.
‘Kust mijn kloten met mijn nul lul!’ dacht hij. Zichzelf voldoende woede impompend opdat hij de ogen niet alsnog zou neerslaan.
Verwonderd zag hij dat de leraar de strijd staakte, wegkeek, plots verbeten riep: ‘Ouvres votres livres, page 35!’
Sylvain begon in zijn boekentas te rommelen.
‘Godver’ vloekte hij stil. ‘Boek vergeten’.
Twee maand zat hij in het eerste jaar middelbaar onderwijs. Sindsdien was alles een labyrinth geworden.
Waar hij in de lagere school fluitend op toetsen tienen binnenrijfde, reeg hij nu de nullen als kralen aan een snoer. Zijn eerste nul was hard aangekomen.

‘Wat gaan ze hier op zeggen thuis?’ Had hij zich afgevraagd, toen hij tussen de meute naar het treinstation stapte. Een station dat hem imponeerde met het grote plein vol bussen. Zijn wereld was plots een stuk groter geworden. Onoverzichtelijk. Hij moest nu een identiteitskaart bij zich dragen. Had een busabbonement gekregen. Instructies welke bus waar te nemen in een stad die hij amper kende. Zijn ganse leven had hij doorgebracht aan de rand ervan. Nooit was hij er alleen geweest, behalve de keer dat ma en pa hem aan een bioscoop hadden gedropt.
Hij was tien toen. Het was nog een bioscoop met één zaal. Nog nooit had hij een bioscoop van binnen gezien. Gejengeld om de net uitgekomen Disney film te zien, The resceurs. De grote vogel met een mand op de rug met twee muizen als passagiers op de afiche hadden hem geïmponeerd.

‘Wat zou een bioscoop nog kosten de dag van vandaag?’ Had hij vanop de achterbank zijn vader horen zeggen . Sylvain luiserde aandachtig. Opgewonden en ook gespannen. Hij zou eindelijk een bioscoop binnentreden. Alleen dan nog. Dat was een verrassing geweest. Blijkbaar vonden ma en pa anderhalf uur tekenfilm vervelend.
‘We zetten je voor de bioscoop af, gaan zoals elke zaterdag een paar uur bij grootmoeder op de koffie en komen je terug oppikken. Iedereen tevree,’ Had zijn vader gezegd. Meegedeeld.
‘Toen wij nog gingen was dat 50 frank,’ antwoordde moeder.
‘Geef hem 100 fank, dat moet ruim voldoende zijn’ zei vader hard het gas intrappend, op de rand van oranje naar rood het stoplicht voorbijrazend.

Werd vervolgd ‘Het Walhalla van het hol gekwaak(25)’

Volgende pagina →