Vervolg op: De lamme

Ik trof hem aan naast de bank voor het gebouw. Waar in de straat nu en dan een auto passeerde. Een mens zijn hond uitliet. Hij had zichzelf naar buiten gerold tijdens het avondeten. Ik had rustig mijn lauwe erwten gegeten met een stukje kotelet. Na mijn maaltijd ging ik steevast op die bank alleen een sigaret roken.

Ik zei niets. Nam plaats op de bank en viste mijn sigaretten uit mijn broekzak. Stak er één aan. Zo rookte ik een paar minuten. Tot plots zijn hese fluisterstem sprak.
“De maan is halfzwart”.
Ik keek het donkere zwerk in en zag inderdaad de wassende halve maan schijnen. Ik zweeg. Liet hem het woord voeren. Overtuigd was ik dat er in hem veel leefde maar niemand de tijd had genomen naar hem te luisteren. Teveel dingen moesten gedaan, zijn gefluister geen gehoor had gekregen jarenlang. Er geen tijd was geweest door zij die hem omringden omdat ze nog in de fase toefden waar dingen moesten. Maar ik moest niets meer. Had alle tijd.
“En rechts van de maan, iets hoger. Die witte stip,” ging hij verder, “Dat is Mars”.
Weer een minuut stilte.
“En daar wil men na op de maan geweest te zijn ook een mens planten. Niet voor die mens te leren stilzitten. Drie jaar in een krappe capsule. Veel heeft die niet te doen onderweg. Eigenlijk niets. Bezighouden zullen ze hem of haar opdat gekte niet toeslaat.”
Deze zin had hem moeite gekost. Het was voor zijn doen een lange.
Ik bekeek hem vanop zij. Zijn lichtblauwe ogen had hij star op de maan en Mars gericht.
“Ik. Ik ben getraind al 20 jaar voor die reis. Kan stilzitten. Onbeweeglijk. Ooit dicteerde ik een brief. Gericht aan de NASA. Met het voorstel mij te lanceren richting Mars. Ik trainde namelijk mezelf. Kost hen niets. De klootzakken van het tehuis waar ik toen toefde verstuurden hem nooit. Oordeelden dat ik een lamme dwaas was”.

Hij bewoog zijn hoofd een paar centimeter mijn richting uit.
“Raymond”. fluisterde hij.
“Tom,” fluisterde ik terug. Me verdomme afvragend waarom ik fluisterde.

Wordt vervolgd.

Leave a Reply