Proloog

Nu ik tachtig ben geworden mag ik alles want ik moet niets meer. In mijn kamertje van zes op vier voorzien van bed, stoel en tafel en uitzicht op een parkje heb ik alle vrijheid. Elke ochtend komt een jong wicht met gemaakte vrolijke stem me een ontbijt brengen. “En mijnheertje, lekker geslapen? kakelt ze dan. “Ja hoor”, zegt mijn ronkende rokersstem haar eerste woorden van de dag. Het kind meedelen dat ik geen oog dicht deed de ganse nacht heeft geen zin. Geen tijd heeft ze om te luisteren. Want in de volgende kamer moet ook een ontbijt van haar gevulde kar dienbladen gebracht. Zij moet wel nog dingen.

En aangezien amper iemand nog luistert, pen ik het maar neer. Hier en daar bestaan er nog lezende wezens. Deelgenoot maak ik u van mijn herwonnen vrijheid door u een reis te verschaffen door mijn kop. Vele jaren zelfgekozen gevangenschap en daden die ik door dit bestaan meende te moeten uitvoeren. Ik neem u mee op een tocht. Zie het als een reis zoals ook velen onder u maakten als kind of jongeling richting Zuiden met de auto. De zomervakantie was daar dus op reis gegaan zou gegaan. Besef dat deze tocht door mijn schedelpan zal zorgen voor een begin vol blijdschap en verwachting. Tot de eerste grens overschreden zal worden. En er momenten zullen komen waarbij u zich afvraagt: Is het nog ver? Ik moet plassen! Zijn we er nu nog niet?

Ogenblikken van uitbarstende ruzies omdat moeder op de ring van Parijs de vermaledijde landkaart niet goed las. Vader onnozel wordend van de toeterende bumper aan bumper klevende Fransen. Zij hem de kaart voor de neus zal houden en tieren: Zoek het dan zelf uit! Vader bijna op de auto knallend voor zich door het ontnomen zicht van de landkaart. Een anekdote die achteraf nog jaren zal zorgen bij etentjes voor gelach. Alweer een herinnering gemaakt in een aantal mensenlevens.

Volgende momenten waarbij iedereen zingt en lacht. Vader vrolijk de volumeknop van de autoradio op tien zal draaien en vertederd naast zich zal kijken naar moeder. Een enkele blik in de achteruitkijkspiegel om zijn kroost blij te zien dollen en een polonaise op de achterbank proberen dansend.

Ook zullen er momenten komen waarbij elkeen in gedachten verzonken naar buiten zal kijken. De kilometers wegrollend onder de wielen van het leven. In gedachten verzonken. Of gedachteloos de tijd zonder te beseffen zal laten voorbijschrijden.

Het eerste licht in de ochtend zal na een lange nacht terug voor wat leven in de brouwerij zorgen. De wagen stoppend aan een pompstation met nu de wetenschap dat het einddoel in zicht is. Iedereen uit de nu niet meer fris ruikende auto zal wankelen. De stramme lijven rekkend en wat slaperig verdwaasd de warmte van het zuiden voelend.

Het einddoel waar de caravan zijn pootjes zullen gekrikt worden tot hij waterpas staat en de voortent zal opgezet. De eerste kennismakingen met landgenoten tot stand zullen komen aan de aanrechten waar de vaat gewassen wordt in een plastic bakje.

Eenmaal de gehele santenboetiek uitgepakt en opgebouwen op de vouwstoel gezeten men de ondergaande zon kan aanschouwen Pas dan zal het moment aanbreken: Waarom?

Deel 1: Mijn geboorte

TFL

Leave a Reply