Voetbal kijken zoals het hoort
Het plezier kon niet op. Het bier trouwens ook niet. Men had voldoende voorraden bier en wijn ingedaan om gedurende negentig minuten en de daaropvolgende uren door te komen zonder uitdrogingschverschijnselen.
Een rieten stoel bovenop een tafel met daarweer bovenop een televisietoestel zorgden ervoor dat iedereen op het terras de gebeurtenissen in Zuid Afrika kon volgen. Deze geïmproviseerde toren stond stevig tegen de gevel gestut om eventuele malheuren te vermijden tijdens de wedstrijd. De jongsten op de grond, de ouderen op een stoel en de oudsten in hun rolstoel waren het over één ding eens: Die Portugezen zouden niet winnen. En al zeker die strandjeannet Cristiano Ronaldo niet. Hij speelt bij Real Madrid dus hier in Catalonië hoeft hij niet op enig medeleven te rekenen.
De eerste helft verliep dermate spannend dat “OOiiiee’s” en “OOOhhh’s” niet van de lucht waren. Tussen deze geslaakte kreten door klokten we stevig de glazen bier en wijn naar binnen. De warmte was een goed excuse maar zeker niet de reden. Tijdens de rust kon het toilet het volk niet aan. De bomen aan de overkant van de weg brachten soelaas. Voor alles is een oplossing, behalve de dood. Maar eens die intreedt hoeft ze ook niet meer opgelost, dus geen probleem.
Het eerst en het enige doelpunt viel rond het half uur in de tweede helft. De explosie van blijdschap was zodanig groot dat een paar dalen verder zeker onze stemmen zouden gehoord zijn mochten ze aldaar ook niet lopen schreeuwen hebben. De oudeheer in zijn rolstoel bekeek mij dankbaar toen ik een jonge kerel vroeg te stoppen om als een bezetene rondjes te draaien met het ding. De eigenaar van het televisietoestel keek ondanks zijn blijdschap ongerust naar de wiebelende stoel.
Het drinken schakelde naar een versnelling hoger.
Bij het eindsignaal klonken we met z’n allen. Bezopen maar tevree trok elk naar zijn eigen stede om aldaar zijn vrouw deelgenoot te maken van het heugelijke nieuws dat die jeanet van een Cristiano zijn koffers kon pakken.
Tom
Wie schrijft die blijft?
Een verse column met een geurtje op apache.be.
Tom
Indianen columns
De kogel is door de kerk. Vanaf heden komt er elke woensdag een column op apache.be van mijn hand, of toetsenbord zo U wilt. Ondanks apache zich perfileert als een nieuwssite alwaar, ik citeer: “Journalisten met een scherpe pen en een weerbarstig karakter schrijven over wat er echt toe doet. Nieuws, analyse, opinie en satire. Kritisch en ongebonden. Omdat het nodig is.” heeft men toch besloten dat er ook plaats kan gemaakt worden voor columns. Diegenen die ’s avonds naar Phara kijken hebben ongetwijfeld reeds van de site gehoord.
Ook is er een Facebook groep, die inmiddels rond de 3700 leden telt. Voor al wie weerbarstigheid en tegen de stroom in zwemmen als muziek in de oren klinkt is dit goed nieuws.
Tom
Pulpfictie.nl
De vorige post is een stuk uit het boek dat ook gepubliceerd is op pulpfictie.nl . Iedereen gaat na het lezen van deze zin stante pede naar pulpfictie en bij nieuw stemt U mij ongekende hoogtes in. NU!
Tom
Zwarte nonnen
a,b,c,d,e,f,g,g,i,j,k.l,m,n..
Een knipoog.
“Een n pa?”
Knipoog.
“Ok, volgende.
“a,b,c,d,e,f,g,h,i,j,k,l,m,n,o..
Knipoog.
“Een o?”
Knipoog.
“a,b,c,d,e,f,g,h,i,j,k,l,m,n..
Knipoog.
“Een non?” vraag ik hem verwonderd aankijkend.
“Je gaat toch geen mop vertellen pa?”
Zijn gezicht staat niet naar moppen. Zijn fletsblauwe ogen staan wijdopengesperd. Hij lijkt in paniek. Zijn blik flitst van mij richting deur en terug.
Na nog een aantal keren het alfabet declameren kom ik erachter dat hij blijkbaar een zwarte non door de zaal van intensieve zorgen ziet waren.
Het gat in zijn keel maakt spreken onmogelijk, zijn M.S het bewegen. Ondanks ik reeds een en ander gewoon ben begin ook ik de limieten van mijn onverstoorbaarheid te ontdekken.
“Er zijn hier geen nonnen pa. Dit is een militaire kliniek”
Geen helpen aan. Hij blijft kijken als een pastoor die van achter naar voren heavy metal muziek hoort afspelen.
Zijn blik gaat weer naar de deur.
“Staat ze daar?”
Knipoog.
“Goed. Ik mag hier maar twee keer per dag binnen. Van één tot halftwee en van zeven tot halfacht. Maak je geen zorgen, ik blijf achter die deur op wacht staan. Dus je bent niet alleen.
Knipoog. Echt gerustgesteld is hij niet maar blijkbaar heeft mijn voorstel toch enig effect. Zijn ogen blijven nu op mij gericht. Ik zie een zweem van dank.
Drie dagen logeerde hij nu in deze militaire kliniek. Een galsteen was hem ei zo na fataal geworden. Verzwakt als hij was, viel deze simpele ingreep zijn geteisterde lijf zwaar. Twee uur na de operatie sloeg alle aangekoppelde machinerie tilt. De alarmtoeters en bellen jankten hun speakertjes aan gort. Een bataljon dokters en verpleegsters stortten zich op mijn oudeheer zijn lichaam als betrof het hier een bandenwissel bij een formule-1 wagen. Geroutineerd, zonder paniek begint er eentje op zijn borstkas te pompen, een ander maakt gedecideerd een jaap van een snee in zijn keel. Tracheotomie. Zijn hart heeft de arbeid terug aangevat en zijn longen worden voorzien van voldoende zuurstof. Mooi, het leven is mooi!
“Tot vanavond” zeg ik opgewekt als het mij toegestane halfuur om is.
“Ik sta op wacht!
Zonder hemd en zonder broek!
En denk aan jou!
Zonder pen en zonder boek!
Hij lachte niet, ondanks dit een refreintje is dat hij plachtte te zingen toen hij vroeger wachtbeurten moest kloppen.
Knipoog. Lichte stijging van paniekniveau.
Afkickverschijnselen” weet de witgejaste medicijnman mij te vertellen. In het kleine bureeltje waar de muren doordrenkt zijn van dodelijke mededelingen krijgg ik een stoel aangeboden en meteen ook een vervelend nieuwtje. Daarvoor dient dit hok tenslotte.
“De alcohol-, en rookverslaving in samenwerking met de medicijnen zorgen voor hallucinaties.” gaat hij verder. “Of uw vader het haalt hangt af van verschillende factoren” Zijn stem verwordt tot een gegons. Een bij die op de achtergrond zoemt. Een bende Zuid-Afrikanen die hun vuvuzuela’s mishandelen.
“Een sigaret” denk ik. “Verdomme, wat heb ik zin in een sigaret.” De bij zoemt haar technische lied: myeline, weerstand, zoem, zoem.
Ik bekijk zijn fijne handen. Zijn gezicht. Een jonge, gezonde veertiger met allicht een paar koters. Hij is een vat van medische wijsheid, daar twijfel ik geen seconde aan. Dankzij generaties heksen die de gore moed hadden allerlei kruiden tot medicijnen te bombarderen, veroordeelde kwakzalvers in donkere eeuwen , lijkenpikkers die in opdracht van een morbide geest ’s nachts op pad gingen, een verlichte schilder die een veroordeelde misdadiger vereeuwigde tijdens de anatomie les van dokter Tulp heeft deze man op amper zeven jaren van studie eeuwen geploeter en onderzoek in zich opgeslagen.
“Begrijpt U? Hoor ik hem zeggen.
Ik knik.
“Sterkte, en mocht U nog vragen hebben kan U altijd naar mij vragen.”
Daar kon ik het mee doen.
Zijn voorzichtig opgediste mededeling over mijn oudeheer was mij volledig ontgaan. Hij zou het niet lang meer trekken was uiteindelijk de enige boodschap. Of het nu ging om een hart dat zijn beste tijd gehad had, of vraatzuchtige myeline die de zenuwbanen hun beschermende laag afknabbelden maakte mij geen bal uit.
De Wever strikt Di Rupo
“Maak U geen zorgen” weet de stem mij aan de telefoon mede te delen. “U kan nog steeds hier terecht voor administratieve zaken.
Een zucht van opluchting was mijn reactie.
Leest een mens op maandagochtend de plaatselijke krant en ziet daar in de internationale katern dat zijn land op ontploffen staat. De Spaanse pers wijdde een volledige pagina aan België. Wat gezien de grootte van België een heus record is. Daarin stond te lezen dat Vlaanderen en Wallonië met nog net een paar nietjes aan elkaar hingen. En ware het niet dat we de Navo en de EU hoofdstad hadden, we allang niet meer bestonden.
U begrijpt meteen mijn onrust en mijn besluit om het Belgische consulaat te alarmeren met een telefoontje. Stel U voor dat ik mij opgeruimd naar het consulaat begeef om mijn pas te vernieuwen, ik zeg maar iets, en er hangt een bordje aan de deur met de boodschap: “Gesloten wegens opgehouden te bestaan. We zijn naar de Dolomieten, bak nu zelf U frieten” Zelfs dat zou nog problemen kunnen opleveren. In welke taal zou die boodschap moeten zijn?
Zover komt het dus niet. Integendeel. Het lijkt erop dat Bart De Wever Elio Di Rupo zal kunnen strikken om eerste minister te worden. Die Di Rupo gaat dat doen, let op mijn woorden. Welgemutst en welgestrikt zal hij vanop het spreekgestoelte het volk toespreken. Welk volk staat vooralsnog niet vast. Bart De Wever is een gisse jongen. Hij verklaarde in het Nieuwsblad:
‘Als u mijn voorgangers kent in de galerij der stemmenkanonnen en weet hoe het hen is vergaan…’ Niet goed dus. Elio zijn Nederlands is van bedenkelijke kwaliteit moet Bart gedacht hebben, die snapt dat toch niet.
En Albert heeft het ook niet voor een pan eieren. Een Vlaamse uitdrukking mag nu wel. Voor diegenen die hem niet snappen: Het voor geen pan eieren hebben betekent het niet makkelijk hebben. Ik dwaal af. Albert dus. In 2007 krijgt Bartje via via te horen dat de koning, Albert dus, erop aandringt zonder Bartje verder te knikkeren. Ondanks Bart maar één keelgat heeft ziet hij toch de kans om dit nieuws in het verkeerde te laten schieten. Drie jaar later kan Albert het uitleggen aan Bart.
Al bij al zit ik hier op mijn berg in de Pyreneeën te genieten na het geruststellende nieuws dat ik geen mens zonder vaderland ben. De volgende dagen en weken beloven vuurwerk. Spijtig dat er in het Parlement geen vuvuzeula’s voorhanden zijn.
Tom
La union fait la force!
De vlaggen worden bovengehaald, de motteballen verwijderd. De verkiezingsstrijd laait op. Houzee, houzee.
Gelukkig woon ik ver genoeg zodat een minkukel met politieke aspiraties het niet in zijn hoofd zal halen mij ’s zondags bij mijn namiddagslaapje te wekken. Mocht hij het toch doen, heeft hij pech Ik heb namelijk al gestemd.
Een paar weken terug kreeg ik een mail van het Belgische consulaat met het vriendelijke verzoek om mijn stem uit te brengen. Verzoek, geen bevel. Belgische onderdanen in het buitenland hebben namelijk geen stemplicht. Mocht dat wel het geval zijn eiste ik onkostenvergoeding. Als goede onderdaan wijt ik graag tijd aan dit recht. Alhoewel ik mijn twijfels heb over het persoonlijk voordeel na zestien jaar weg te zijn uit België. Maar weinig mijner acties zijn uit winstbejag of persoonlijk voordeel. Alhoewel het mij niet uitmaakt wie aldaar de scepter zwaait.
Stemmen dus. Diegenen die mij volgen weten dat ik over voldoende stroom en toestellen beschik om Belgische televisie en radio te kunnen ontvangen alhier op mijn berg. Gebruikmakend van deze voorwerpen, door ernaar te kijken en te luisteren, wordt het alsmaar moeilijker om te beslissen achter wiens naam ik het bolletje zal inkleuren. N-VA? Ik dacht het niet. CD&V dan? Alleen die ampersand doet mij reeds beslissen van niet, om nog niet te spreken van de zooi die ze achterlaten. Filip De Winter zijn programma staat mij niet aan en vertelt al dertig jaar lang dezelfde onzinnigheden. Ook niet dus. LDD? De onzin die uit die hoek komt valt niet eens te catalogeren. Ik voel zelfs medelijden met mensen die Jean Marie noemen. Valt het U ook op dat elke bekende Jean Marie een ezel van formaat blijkt? Denkt U maar aan balstoppende Jean Marie’s. Bij deze mijn deelneming aan de onbekende Jean Marie’s die ongetwijfeld wel iets in hun mars hebben. Ik dwaal af.
De socialisten, daar heb ik altijd een zwak voor gehad. Historisch gezien kunnen ze mijn goedkeuring wegdragen. Sinds Tobback zijn ze ook de weg kwijt.
En toen herinnerde ik mij iets. Het ei van Columbus! Aangezien ik niet meer ingeschreven sta in België mag ik op eender welke kieslijst van ons Belgenland bolletjes inkleuren. Van Arlon tot Blankenberge. Ik pikte er een lijst uit van Pro Dg uit Eupen, de Oostkantons. De naam zei mij niets maar ik hoopte dat Lydia Klinkenberg een knap wijf was. Als de Vlamen en de Walen het niet kunnen eens worden laat de Duitstaligen het dan maar oplossen.
Tom
Als de rook om je hoofd is verdwenen
Verstokte roker, kettingroker. Dat is wat ik ben. Zelfs als ik niet rook ben ik een roker. Het liep dermate de spuigaten uit dat als ik twintig meter sprintte, ik een minuut per meter recuperatie nodig had en tijdens deze herstelperiode een sigaret rookte om te bekomen van de opgelopen schrik. Mijn lichaam begint stilletjesaan “foert” te zeggen tegen de overdosis aan benzenen, nicotines en teer.
Anderhalve week geleden besloot ik met het geërfde machientje zelf mijn sigaretten te rollen. Alhier zouden, behalve tabak en filterhulzen, geen pakken sigaretten meer aangekocht worden. Vlijtig rolde ik een sigaret waarbij ik de tabak zo hard samenperstte dat ik twintig minuten rookgenot bij elkaar sprokkelde. De eerste dagen deed ik dat aan een frenetisch ritme en rookte ik dus lustig verder.
Zonder er erg in te hebben begon ik minder te roken. En nog minder.
Gisteren rookte ik zowaar dertien sigaretten. Bijna rookte ik er nog eentje, met mijn triskaidekafobie is het niet eenvoudig het cijfer dertien te negeren. Toch lukte het me. Niet zonder angstaanvallen en bibberen, maar dat kan ook van het nicotinetekort geweest zijn.
Tom